![]()
(Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen)
Het C.B.R. test u op:
1 Uw lichamelijke en geestelijke gezondheid.
2 Uw theoretische kennis.
3 Uw praktische kennis.
1 Uw lichamelijke en geestelijke gezondheid:
U moet een Geneeskundige Verklaring (Eigen Verklaring) invullen en ondertekenen.
Het ondertekenen gebeurt in het bijzijn van de examinator.
Wanneer er één vraag met ja wordt beantwoord moet er een aantekening, van een niet
behandelend arts, op de EV. worden genoteerd.
Deze verklaring moet samen met een uittreksel van het bevolkingsregister
opgestuurd worden naar de medische dienst van het C.B.R..
Daar wordt bepaald of u mag autorijden met of zonder speciale voorzieningen.
Wij zorgen voor een goede begeleiding.
Wanneer de handicap te groot is zodat er teveel aan de auto moet worden aangepast,
sturen wij u door naar een rijschool die auto's heeft die voor bijna iedere handicap
aangepast zijn.
Personen zonder vaste woon of verblijfsplaats mogen wel examen doen bij het C.B.R. of het B.N.O.R., maar er wordt bij de gemeente geen rijbewijs afgegeven.
Het rijbewijs is geldig als rijbewijs tot de 1e van de maand nadat u 70 jaar
bent geworden.
Maar men moet het rijbewijs wel om de 10 jaar vernieuwen,
namelijk een nieuwe foto en eventueel het adres aanpassen.
2 De theoretische kennis
De theoretische test bestaat uit 40 dia'sOver de verkeers regels, waarvan men er 5 van fout mag hebbenen 25 dia's over gevaar herkenning,waarvan men er 12 van fout mag hebben.
De vragen kunnen bestaan uit:
- Foto's met als antwoorden JA of NEE.
- Open vragen waar men zelf een antwoord moet geven
bijv. vragen over snelheid, afstanden, hoogten, lengte, breedte,
dan moet u zelf met cijferknoppen het antwoord intypen.
- Vragen waar drie antwoorden zijn gegeven en daar moet u kiezen uit A. B.C.
Dit kunnen tekeningen van verkeerssituatie's zijn en dan moet u de volgorde van voorrang bepalen
3 Het praktijk gedeelte:
U wordt beoordeeld op de bediening van het voertuig, zowel in als buiten de bebouwde kom.
1 Omgaan met het voertuig:
Onder normale verkeersomstandigheden bedien ik de auto op een technisch juiste wijze en heb ik de auto onder controle.
2 Veiligheid:
Ik houd voldoende afstand van het verkeer dat voor mij rijdt en ik zorg voor voldoende ruimte rondom de auto.
Mogelijke gevaren optijd herkennen en zorgen dat het zo veilig mogelijk blijft.
3 Doorstroming:
Ik hinder het andere verkeer niet onnodig en zorg dat het zoveel mogelijk kan doorrijden.
4 Sociaal rijgedrag:
Bij het autorijden houd ik rekening met de gedragingen van zwakkere verkeersdeelnemers zoals kinderen, ouderen, voetgangers en fietsers
Ik houd rekening met het andere verkeer en ik vang de fouten van andere zo goed mogelijk op.
5 Milieu bewust rijden:
Ik moet wetenhoe ik milieubewust moet autorijden en ik pas dat in de praktijk toe.
De Beheersing van het voertuig tijdens het uitvoeren van:
1 Deelname aan het verkeer
| Vlot | (aanpassen aan de situatie) | |
| Veilig | (geen onnodig risico's nemen) | |
| Zelfstandig | (dus zonder hulp de situatie's oplossen) | |
| Millieu bewust autorijden | (het nieuwe rijden) |
2 De bijzonderinge verrichtingen
| Keren | (in drie keer) | |
| Keren | (halve draai) | |
| Parkeren | (File Parkeren) | |
| Parkeren | (in vakken zowel voor - als achteruit) | |
| Achteruit | (recht) | |
| Achteruit | (de bocht om) | |
| Hellingproef | Hellingproef | |